ABTN
Actuariële en bedrijfstechnische nota. Hierin is de financiële opzet van een pensioenfonds omschreven.
Actief deelnemer
Deelnemer die nog deelneemt aan de pensioenregeling en pensioenpremie afdraagt.
Afkoop
Eenmalige uitkering ter vervanging van de plicht tot het doen van een serie betalingen.
Anw
Algemene nabestaandenwet. Volksverzekering, die geldt voor alle ingezetenen van Nederland en degenen die in dienst zijn van een Nederlandse werkgever. De Anw voorziet in uitkeringen bij overlijden van een verzekerde aan de man of vrouw met wie de verzekerde was gehuwd of ongehuwd samenwoonde. Tevens kent de Anw een uitkering voor de ex-echtgeno(o)t(e) ten opzichte van wie de overleden verzekerde een alimentatieplicht had en voor kinderen die door het overlijden van een verzekerde gedeeltelijk ouderloos zijn geworden.
AOW
Algemene Ouderdomswet. De AOW voorziet in uitkeringen bij ouderdom. De uitkeringen gaan in op de eerste dag van de maand waarin de verzekerde 65 jaar wordt. De hoogte van de uitkeringen is niet afhankelijk van het loon dat gedurende een eventuele loopbaan is verdiend, maar is afhankelijk van het aantal jaren men verzekerd is (geweest), de burgerlijke staat en de gezinssituatie waarin de verzekerde verkeert.
Aspirant-deelnemer
Werknemer jonger dan 21 jaar. Aspirant-deelnemers bouwen nog geen pensioen op, maar zijn wel - indien zij een partner en/of kinderen hebben - verzekerd voor het nabestaandenpensioen.
Benchmark
Een objectieve maatstaf voor zowel de samenstelling als de performance van het belegde vermogen. Een benchmarkindex is een mandje van -bijvoorbeeld- een aantal aandelen. Een bekend voorbeeld van een index die als benchmark wordt gebruikt is de AEX-index.
Bijzonder partnerpensioen
Gedeelte van het opgebouwde partnerpensioen dat na scheiding toekomt aan de ex-partner.
Commodities
Vrij vertaald: grondstoffen. Commodities zijn ruwe basismaterialen die worden gebruikt bij het produceren van goederen, zoals olie, ruwe metalen, katoen, koffie etc.
Consumentenprijsindex (CPI)
Het CPI wordt maandelijks berekend en gepubliceerd door het Centraal Bureau voor de Statistiek. Deze meet de gemiddelde prijsverandering in de loop der tijd van goederen en diensten die huishoudens voor hun levensonderhoud aanschaffen. Naast het CPI wordt tevens het CPI Afgeleid berekend. Dit is de consumentenprijsindex waarin het prijseffect van indirecte belastingen en subsidies is geëlimineerd.
Deelnemer
Werknemer of gewezen werknemer die op grond van een pensioenovereenkomst pensioenaanspraken verwerft.
Deelnemersraad
Orgaan, bestaande uit vertegenwoordigers van deelnemers en gepensioneerden, dat het bestuur adviseert. De adviesrechten van de deelnemersraad zijn vastgelegd in de Pensioenwet.
Dekkingsgraad
De verhouding tussen het aanwezige vermogen en de op dat moment geldende reglementaire pensioenaanspraken van een pensioenfonds.
Franchise
Drempelbedrag waarover geen pensioenopbouw plaatsvindt. De hoogte van de franchise is afgeleid van de hoogte van de AOW-uitkering.
FVP
Stichting Financiering Voortzetting Pensioenopbouw. Deze stichting zorgt ervoor dat werknemers boven de 40 jaar onder voorwaarden hun pensioenopbouw kunnen voortzetten in periodes van werkloosheid.
Gewezen deelnemer
Voormalig deelnemer voor wie niet langer premie wordt betaald.
Hedge Fund
Soort beleggingscatgerorie. Beheerders van hedge funds beleggen net als vermogensbeheerders in aandelen, obligaties en valuta, maar zij doen dit zonder de extra beperkingen die wel gelden voor ‘gewone’ vermogensbeheerders. Hedge funds gebruiken allerlei handelsstrategieën, zoals ‘short’ gaan in aandelen en substantieel gebruik van derivaten om rendement te behalen welke vaak onafhankelijk zijn van de richting van de markt.
Indexatie
Jaarlijkse verhoging van een pensioen of een aanspraak op pensioen om deze gelijke tred te laten houden met de inflatie. Bpf AVH heeft een voorwaardelijk indexatiebeleid.
IVA
Afkorting van 'Regeling inkomensvoorziening volledig arbeidsongeschikten Regeling bestemd voor werknemers die na twee jaar ziekte volledig en duurzaam arbeidsongeschikt zijn. Een werknemer is volledig en duurzaam arbeidsongeschikt als hij niet meer dan 20% van zijn laatstverdiende loon kan verdienen en hij naar verwachting ook niet meer beter zal worden. Deze (ex)-werknemers kunnen een beroep doen op de IVA. Die bestaat uit een uitkering die is gebaseerd op het laatstverdiende loon (tot een maximum van 75% van het dagloon) en daarna een vervolguitkering (75% van het minimumloon, verhoogd met een bedrag dat toeneemt naarmate iemand langer heeft gewerkt).
Kostendekkende premie
De premie die nodig is om de onvoorwaardelijke en - in voorkomende gevallen - voorwaardelijke onderdelen van de pensioenregeling in dat jaar en voor de langere termijn na te komen.
Nabestaandenpensioen
Verzamelnaam voor partner - en wezenpensioen.
Partner
Degene waarmee de (gewezen) deelnemer of gepensioneerde gehuwd is, een geregistreerd partnerschap heeft of een samenlevingscontract heeft dat tenminste 6 maanden oud is.
Partnerpensioen
Pensioen voor de partner bij overlijden van een (gewezen) deelnemer of gepensioneerde.
Pensioenaanspraak
Een recht op toekomstige pensioenuitkeringen.
Pensioendatum
De leeftijd waarop ouderdomspensioen feitelijk ingaat.
Pensioengrondslag
Het gedeelte van het loon, dat de grondslag vormt voor de pensioenopbouw. Het gaat dan om het pensioengevend loon minus de franchise.
Pensioengevend salaris
Beloningsbestanddelen waarover u pensioen opbouwt.
Pensioenovereenkomst
Afspraken tussen werkgever en werknemer die betrekking hebben op pensioen.
Pensioenreglement
Het pensioenreglement bevat de rechten en verplichtingen van de deelnemers, de gewezen deelnemers en de pensioengerechtigden.
Performancetoets
Het gemiddelde van door een bedrijfstakpensioenfonds behaalde beleggingsresultaten ten opzichte van een benchmark, gemeten over een periode van 5 jaar.
Premievrije voortzetting
Wanneer een deelnemer aan een pensioenregeling geheel arbeidsongeschikt raakt, behoeft deze deelnemer geen pensioenpremie te betalen, terwijl de opbouw van het pensioen toch volledig wordt voortgezet.
Private equity
Beleggen in private equity betreft het beleggen in aandelen van niet-beursgenoteerde ondernemingen.
Rendement
Het positieve of negatieve resultaat dat een pensioenfonds, vermogensbeheerder of verzekeringsmaatschappij behaalt met de belegging van daartoe beschikbare middelen.
Vastgoed
Direct: beleggingen in onroerende goederen. Indirect: Participaties in beleggingsfondsen die beleggen in onroerend goed. Indirect kan weer uit beursgenoteerde of niet-beursgenoteerde fondsen bestaan.
Vastrentende waarden
Verzamelnaam voor beleggingen waarop in beginsel een vaste rentevergoeding en een vaste looptijd geldt. Voorbeelden van vastrentende waarden zijn obligaties, onderhandse leningen en hypotheken. Deze beleggingen worden ook wel als risicomijdend aangeduid.
Verantwoordingsorgaan
Orgaan waaraan het bestuur verantwoording aflegt en waarin de actieve deelnemers, de pensioengerechtigden en de financieel betrokken werkgever(s) zijn vertegenwoordigd.
Verevening
Verdeling van tijdens het huwelijk opgebouwde pensioenaanspraken volgens de systematiek van de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding.
Visitatiecommissie
De visitatiecommissie toetst eenmaal in de drie jaar het functioneren van het bestuur. De commissie wordt benoemd door het bestuur en bestaat uit drie onafhankelijke deskundigen.
Waardeoverdracht
Het overdragen van (de contante waarde van) pensioenaanspraken om pensioenverlies te voorkomen wanneer een werknemer van pensioenregeling wisselt.
Wezenpensioen
Uitkering voor de kinderen van een deelnemer bij overlijden van die deelnemer.
WGA
Regeling werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten. De WGA is bedoeld voor werknemers die gedeeltelijk arbeidsongeschikt worden verklaard met een loonverlies tussen de 35 en 80%. Ook werknemers die volledig arbeidsongeschikt zijn (loonverlies van meer dan 80%), maar die waarschijnlijk voldoende zullen herstellen, vallen onder de WGA. De WGA-uitkering bestaat uit een loongerelateerde WGA-uitkering gevolgd door een WGA-loonaanvulling of een WGA-vervolguitkering.
Zakelijke waarden
Verzamelnaam voor beleggingen in aandelen en beleggingen in onroerend goed.
Z-score
Jaarlijkse meting van de beleggingsresultaten van verplicht gestelde bedrijfstakpensioenfondsen. Voor het bepalen van een Z-score wordt voorafgaand aan een nieuw beleggingsjaar een normportefeuille vastgesteld, waarin rekening wordt gehouden met de risico's die het bestuur van het bedrijfstakpensioenfonds kan en wil nemen. Aan het eind van elk beleggingsjaar wordt het feitelijk behaalde rendement op beleggingen vergeleken met het rendement van de normportefeuille
